![]() |
Georgsmarienhütter Null
|
||||
|
|
|||||
„We kunnen wel een keer de wandelroute
|
|||||
|
Deze- niet alleen voor de Georgsmarienhütter loopvrienden -belangrijke zin werd door Reinhard Giesker tegen zijn loop maatje Georg Rollfing aan het einde van de 70-er-jaren van de voorgaande eeuw uitgesproken. Daarmee begon een tot vandaag succesrijke organisatie verhaal.
Het was een voorstel-, waarvan beiden zeer enthousiast waren. Immers zelf hadden ze genoeg loopervaring. Eenmaal in de week zo’n 10 tot 13 kilometer te lopen van de 5 delen leek toch een goede basis te zijn. Ze waren immers al wat gewend. Als we per uur elf kilometer lopen, hebben we voor de circa 53 kilometer een kleine vijf uur nodig. Doen wij er nog een half uur bij, dan zou het binnen zes uur te doen zijn “. Zo was toen- nu weten we wel beter- de redenering. Omdat Reinhard de route al kende van het wandelen was een finish zonder verdwalen al gegarandeerd.Hoe naïef die twee toch waren! Maar goed dat de uitvoering niet direct na het idee kwam. Alleen een grote deceptie was het dan geweest. Jaren later, toen hij al wat marathon ervaring verzameld had, riep Rollfing als afdelingsleider van de loopsportgroep in de late herfst van 1987 deze loop in het leven en probeerde op 12 december van hetzelfde jaar met nog vijf andere lopers en loopsters om de stad te lopen. De volledige route was hij eerder met Johannes I Langenkamp in onderdelen gelopen en hij vertrouwde erop dat hij onderweg niet zou verdwalen. Jammer genoeg kwamen bij de eerste organisatie alleen hij als plaatselijk bekend- samen met Wilhelm Niemann van VfL Kloster Oesede en Dirk-Detler Sauerland van Post SV Osnabrück over de eindstreep. De anderen waren in Dörenberg hopeloos verdwaald en moesten moedeloos van het zoeken opgeven. Maar door deze valse begin noot liet Georg Rollfing zich niet ontmoedigen en ontwikkelde in korte tijd een voor ervaren lopers nieuw concept: de loop wordt tweemaal per jaar in de wedstrijd arme- maanden juli en december georganiseerd en kreeg met de “Georgsmarienhütter Null “een naam, die niet alleen nieuwsgierig maakt, maar ook als nul de bewegwijzering van de hele route en de formule aangaf. ( lees verder voor null-geen ) : null wedstrijd, nul-tijdmeting, nul-startnummers, nul-plaatsingslijst, nul-kosten, nul-verzorgingsposten, nul-stress en enige nullen meer. Dit totale nul-pakket voerde Rollfing consequent door en al na de zesde loop werden meer dan zestig deelnemers en deelneemsters geboekt. Als alleen - verantwoordelijke kon hij zijn ideeën de vrije loop laten en de “nul”naar zijn eigen visie verder ontwikkelen. Steeds meer geïnteresseerden kwamen naar Kloster Oesede. En zo stroomden bekende nationale en internationale lopers en loopsters uit het ultraloop circuit binnen en word het verzorgingsgebied waar de lopers vandaan kwamen ook steeds groter. Heden ten dage ontmoeten de Ultra’s uit de hele Bonsrepubliek elkaar hier. Zelfs uit Nederland, Zwitserland en Oostenrijk komen deelnemers. Ook omdat een aantal zaken routine zijn geworden, lukt het kleine team steeds weer om jaarlijks 350 tot 400 deelnemers op de route rond de stad te krijgen. Met deze aantallen hoort de “Nul “tot de grotere Ultraloop organisatie in Duitsland. “Wij maken bewust maar weinig reclame, omdat wij meer dan 200 starters niet zouden kunnen verzorgen als wij dat bedoeld hebben”, meent Rollfing en is veel meer trots op een uitspraak van een loper uit het ultracircuit: “Jullie Kloster Oeseders hebben het kleinste
|
|||||
|
|||||